Teken: niet alleen jezelf, maar ook je paard controleren

0
40
Teken zitten veelal in grassen en bosjes op maximaal 1 meter hoogte. De onderbenen van je paard zijn dus een gemakkelijke prooi.

Tekenbeten bij mensen komen de laatste jaren steeds vaker voor, daarom werd er vorige week tijdens ‘De week van de teek’ veel aandacht aan besteed. Omdat je van een tekenbeet erg ziek kunt worden, is het heel verstandig om je lichaam na een fijne bosrit even goed te controleren op de aanwezigheid van deze kleine bloedzuigende spinachtigen.

Niet alleen mensen kunnen ziek worden door een tekenbeet. De KNHS schrijft dat ook paarden een vergrote kans hebben om door een teek gebeten te worden. Het kan dus helemaal geen kwaad om ook je paard regelmatig te controleren.

Soorten en maten

Eerst wat algemene informatie. Wat je moet weten is dat teken doorgaans laag bij de grond op maximaal 1 meter hoogte in bosrijke gebieden leven. Met name kinderen en honden zijn gewilde prooien voor teken, maar de onderbenen van paarden slaan ze ook niet af.

Er zijn veel verschillende soorten teken. In Nederland zien we doorgaans de Ixodus ricinus, die ook wel schapenteek wordt genoemd. Deze teek kan de ziekte van Lyme overbrengen, de meest bekende door teken overdraagbare ziekte.

Een serieuzere bedreiging vormt de komst van de tekensoort Dermacentor reticulatus. Deze teek kan drager zijn van verscheidene ziektekiemen, maar kwam tot voor kort niet voor in Nederland. In 2005 en 2006 is de teek incidenteel op drie locaties in Nederland aangetroffen. Waarschijnlijk was hij toen meegenomen uit het buitenland door honden. Inmiddels is de teek prima in staat om in ons land te overleven.

De Faculteit Diergeneeskunde en het Utrecht Centre for Tick-borne Diseases hebben onderzoek verricht onder driehonderd paarden op Schouwen-Duiveland. Hierbij werden in totaal 126 teken op 43 verschillende paarden gevonden. 5% van deze teken was een Dermacentor-teek. Bij onderzoek tussen 2007 en 2013 werden meer dan 1300 van zulke teken gevonden. Bijna 2% van de onderzochte teken bleek besmet met Babesia Caballi of Babesiacanis.

Piroplasmose

De Dermacentor-teek kan piroplasmose overbrengen. Er zijn twee vormen van piroplasmose: equine babesiose (veroorzaakt door Babesia Caballi) en equine theileriose (veroorzaakt door Theileria Equi).

Theileria Equi wordt door de teek niet op zijn nageslacht overgedragen. Bij paarden is de ziekte heel moeilijk te bestrijden, het paard is als het ware het ‘reservoir’. Babesia caballi wordt wel door een volwassen vrouwtjesteek overgedragen op haar tekeneitjes. De teken zelf vormen hier het belangrijkste reservoir. Deze vorm van piroplasmose is wel goed behandelbaar bij het paard.

In gebieden waar piroplasmose regelmatig voorkomt en de paarden afweerstoffen hebben, verloopt een infectie vaak symptoomloos. In Nederland hebben de meeste paarden echter geen afweerstoffen en kunnen er wel klinische symptomen optreden. Bij acute gevallen is sprake van hoge koorts, benauwdheid, ernstige bloedarmoede, geelzucht, bloed in de urine, rode slijmvliezen en soms lichte koliek. In minder acute gevallen komen, naast de eerder genoemde symptomen, vaak ook gewichtsverlies en wisselende periodes met koorts voor. De kleur van de oog- en mondslijmvliezen kan variëren van lichtroze tot helgeel. In de chronische fase zijn er geen specifieke symptomen maar hebben de paarden vage klachten zoals een gebrekkige eetlust, slecht presteren en verlies van spiermassa.

Ziekte van Lyme

Borrelia Burgdorferi, de veroorzaker van de ziekte van Lyme, wordt overgedragen door schapenteken. Deze teken moeten minstens achttien uur op het paard aanwezig zijn om de infectie over te dragen. Verschillende klinische symptomen zijn toegeschreven aan infecties met Borrelia Burgdorferi: koorts, gewrichtsontsteking, kreupelheid, spierpijn, lusteloosheid, oogontsteking, hersenontsteking en verwerpen. Het is echter heel moeilijk gebleken om een daadwerkelijk verband aan te tonen tussen de ziekteverschijnselen en een infectie.

Anaplasmose

Anaplasma Phagocytophilum kan door beide hiervoor benoemde tekensoorten worden overgedragen. De klinische verschijnselen zijn niet erg specifiek: koorts, lusteloosheid, gebrek aan eetlust, vochtophoping in de achterbenen, spierpijn, een gebrek aan coördinatie en geelzucht kunnen optreden. Daarom kan het zeer lastig zijn de aandoening te onderscheiden van andere aandoeningen. De infectie kan echter ook volledig symptoomloos verlopen. Vaak vindt spontaan klinisch herstel plaats binnen 7 tot 21 dagen, maar een infectie kan ook dodelijk zijn.

Voorkomen, controleren en verwijderen

Teken klimmen tussen maart en oktober in grasstengels of struikgewas en laten zich op een passerende gastheer vallen, bijvoorbeeld tijdens een buitenrit of als paarden in een weide met lang gras lopen. Het is vooral belangrijk om een teek zo snel mogelijk te verwijderen. Hoe langer ze op het paard aanwezig zijn, hoe meer kans op overdracht van een infectie.

Je kunt teken veilig verwijderen met een tekentang of tekenkaart. Probeer hierbij te voorkomen dat de teek stukgeknepen of geplet wordt, want dan leegt de teek zijn maaginhoud in zijn gastheer en is de kans op besmetting groter. Dat gebeurt ook als je de teek bedwelmt met alcohol, dus dit kun je beter niet doen. Na het verwijderen van de teek mag je uiteraard wel de bijtplek ontsmetten.

Er zijn verschillende sprays in de handel die zouden moeten voorkomen dat een teek jou of je paard bijt. Veelal bevatten dergelijke sprays voor mensen de werkzame stof Deet. Als je in een teekrijk gebied woont of rijdt, kan het beslist geen kwaad om jezelf en je paard goed in te sprayen voor je op buitenrit gaat. Realiseer je alleen wel dat zo’n spray geen wondermiddel is en blijf controleren na afloop van de rit.

Wil je weten of er veel teken aanwezig zijn in jouw regio? Check dan de tekenradar.

Bron: KNHS / Buitenruiters
Foto: Unsplash / Peter Kisteman