Zandkoliek: Testen en voorkomen

0
156
Paarden die lange tijd in een paddock staan zonder eten of afleiding, hebben de neiging om alles wat eetbaar is uit het zand te vissen. Hierbij kunnen ze veel zand binnenkrijgen.

Voor de meeste eigenaren betekent koliek paniek. Het kan immers heel ernstig zijn en paarden kunnen eraan sterven. Vaak wordt koliek veroorzaakt door kramp of door een ophoping van gas. Paarden kunnen echter ook koliek krijgen doordat ze teveel zand in de darmen hebben. Maar hoe voorkom je dat?

Check je management

Allereerst is het belangrijk om na te gaan of je paard een te grote hoeveelheid zand in zijn darmen kan hebben. Dit kun je nagaan door je management onder de loep te nemen. Staat je paard bijvoorbeeld op een korte weide? Dan kan het meer zo zijn dat hij het gras met wortel en al uit de grond trekt en zo dus ook zand binnenkrijgt.

Kijk ook eens kritisch naar je ruwvoer en de wijze waarop het gewonnen is. Soms vind je in een hooibaal zand terug als het gras zo kort mogelijk is gemaaid om de opbrengst te voorkomen. Daarnaast zijn er paarden die zand oplikken of zelfs hele happen zand opeten.

Zandkoliek

Een beetje zand binnenkrijgen is echt geen probleem. Problemen ontstaan echter wel als je paard meer zand opneemt dan dat zijn darmen kunnen afvoeren. Hierdoor blijft er zand achter in de lager gelegen delen en bochten van de darmen. In ernstige gevallen kan er tot wel 50 kilo zand in de darmen achterblijven.

Het gevolg hiervan is dat de darmen niet goed meer kunnen functioneren. De gezondheid van je paard gaat achteruit en hij voelt zich duidelijk niet zo lekker. De beweeglijkheid van de darmen neemt af en er ontstaat een verstopping of gasophoping. Uiteindelijk krijgt het paard een koliekaanval, die door de veearts behandeld moet worden.

Ook het zand moet natuurlijk afgevoerd worden, anders staat je paard zo weer met koliek. Om het zand af te voeren wordt vaak paraffine toegediend, dit wordt niet opgenomen door het lichaam en heeft een laxerende werking. Daarna volgt een kuur van psylliumzaadjes (vlozaad), deze vezels vormen een gelachtige substantie als ze vochtig worden en nemen het zand mee uit de darmen. Soms is een operatie echter noodzakelijk om het zand te verwijderen.

Voorkomen is beter dan genezen

  • Zorg ervoor dat je zand- en stofvrij hooi voert. Is je hooi toch wat stoffig, dompel het dan onder in water voordat je het voert.
  • Voer op een schone plek. Niet in het zand, maar bijvoorbeeld op een bestraat stukje in de paddock. Als dat er niet is kun je het hooi ook vanuit bijvoorbeeld een palletbox geven.
  • Laat je paard niet te lang zonder hooi in een schrale wei of zanderige paddock lopen. Uit verveling gaan paarden alles afknabbelen wat eetbaar is, waarbij ze veel zand kunnen binnenkrijgen.
  • Heb je een zandlikker? Kijk of je kan achterhalen waarom hij dit doet. Verveelt hij zich of komt hij wat tekort? Als dat niet zo is en je paard toch zand blijft eten, kun je overwegen om hem een graasmasker om te doen.
  • Geef je paard zo nu en dan preventief een kuur met psylliumzaadjes. Zo wordt het zand op regelmatige basis afgevoerd en voorkom je dat er teveel zand in de darmen achterblijft.

Doe de mesttest

Heb je – door je management eens kritisch te bekijken – het vermoeden dat je paard wel eens teveel zand in zijn darmen kan hebben? Dan kun je dit zelf controleren door een mesttest uit te voeren. Dit is niet moeilijk, je hebt alleen een doorzichtige plastic zak en wat water nodig.

Zorg ervoor dat je verse mest van je paard te pakken krijgt, dit geeft het meest betrouwbare resultaat. Neem een paard mestballen en doe deze in een plastic zak met water. Kneed de mest goed los en hang vervolgens de zak op met één punt naar beneden.

Na een paar uur kun je gaan kijken hoeveel zand er in de punt van de zak zit. Dit geeft je een indicatie van de hoeveelheid zand in de darmen. Als je echt een goede inschatting wilt maken herhaal je deze test een aantal keren met verschillende mestballen. Wat je ook kan doen is preventief een kuur psyllium geven en daarna nog eens testen. Vaak zie je dat er dan (door de kuur) alsnog wat zand mee naar buiten komt.

Bron: KNHS 
Foto: Wikimedia / Roewer Rueb