Georgette Zeijen: Hoe train je voor een rit van 160 kilometer?

0
1006
Georgette Zeijen en D-Prodigy zijn Nederlands kampioen endurance.

Vorige week vertelde endurance-amazone Georgette Zeijen ons over haar weg van ponyverzorgster bij de boer naar Nederlands kampioen endurance. Vandaag licht ze toe hoe ze zichzelf en D-Prodigy voorbereidt op zo’n lange rit en hoe haar trainingen eruit zien.

‘Een afstand van 160 kilometer rij je natuurlijk niet zomaar eventjes’, begint ze. ‘Eigenlijk moeten op zo’n dag alle puzzelstukjes op zijn plek vallen, je moet niets aan het toeval overlaten.’

Randvoorwaarden

Goed harnachement is natuurlijk een vereiste. Het moet goed passen zodat je paard er geen lichamelijke klachten van krijgt. Ook moeten de hoeven en de eventuele hoefbescherming in orde zijn. Georgette vertelt dat haar paard een week voor een grote wedstrijd nieuwe hoefijzers krijgt. ‘Dit doe ik zodat de kans zo klein mogelijk is dat we tijdens de wedstrijd een ijzer verliezen. Je kunt je wel voorstellen dat de ijzers op zo’n lange afstand enorm snel slijten, dus goed beslag is noodzakelijk.’

Voldoende en de juiste voeding zijn ook essentieel, waarbij de basis ligt bij een goede kwaliteit ruwvoer. ‘Mijn paard staat 24 uur per dag buiten in de wei met twee andere paarden. Daardoor kan hij altijd lekker zelf bewegen en gewoon paard zijn als ik niet met hem bezig ben. In mijn ogen is dit enorm belangrijk en zorgt het voor een blij paard dat graag voor me werkt.’

‘Om mijn paard goed in vorm te hebben voor de wedstrijden, wordt ik ook begeleid door een paardenosteopaat. Zij komt in de maanden voor de wedstrijd een aantal keren om Prody goed los te maken en ervoor te zorgen dat zijn spieren soepel blijven en hij geen blokkades in zijn lichaam heeft.’

Langzaam opbouwen

Tot zover de randvoorwaarden, er zitten natuurlijk ook heel veel trainingsuren en -kilometers in de voorbereiding voor een wedstrijd over 160 kilometer. Georgette legt uit dat ze aan het begin van een nieuw seizoen altijd begint met veel stapwerk. Vervolgens bouwt ze het tempo langzaam op totdat ze een hele tijd achter elkaar kan draven en galopperen.

‘Ik train in de aanloop naar de wedstrijden zo’n vier tot vijf keer per week’, vertelt de amazone. ‘Dit is een beetje afhankelijk van de intensiteit van de training en het aantal rustdagen na een zwaardere training.’

Dressuurles

Ook dressuur wordt niet overgeslagen, Georgette probeert om toch wel één keer per week op maandagavond naar de dressuurles te gaan met Prody. ‘Soms laat ik deze les vervallen als ik op zaterdag en zondag zwaar getraind heb met hem. Dan heeft hij naar mijn idee meer aan een dagje rust dan aan een dressuurles.’

‘De andere keren dat ik rijd, train ik buiten. Ik heb het geluk dat ik vanaf thuis vele kanten op kan om aan mijn trainingskilometers te komen. Ik begin mijn training altijd met minimaal vijftien minuten instappen en daarna rustig draven en daarbij moet Prody ook dressuurmatig netjes lopen. Afhankelijk van hoe hij aanvoelt en hoeveel tijd ik heb, besluit ik dan wat ik precies ga doen.’

Weekschema

Georgette legt uit dat ze een globaal weekschema in haar hoofd heeft met daarin een aantal kilometers dat ze die week zou willen rijden. ‘Dit kan echter wel aangepast worden als iets niet loopt zoals ik graag zou willen. De laatste weken voor een wedstrijd probeer ik per week zo ongeveer de wedstrijdkilometers te rijden. Voorafgaand aan de 160 kilometer heb ik dus een aantal weken zo’n 140 tot 160 trainingskilometers per week gemaakt. Je snapt wel dat hier heel veel tijd in gaat zitten, dus als ik minder tijd heb om te rijden longeer ik hem aan de dubbele lijnen.’

Er wordt niet alleen thuis getraind, maar ook in het buitenland. Een paar keer per jaar vertrekt Georgette met Prody naar de Eifel of de Ardennen waar ze een paar uren gaat stappen in de heuvels. Op deze manier traint ze op een laag tempo de conditie en kracht van haar paard. Ze legt uit dat de hartslag bij zo’n training wel net zo hoog kan worden als hij een galoptraining thuis. Heel pittig dus!

Tips en advies

Ben je enthousiast geworden van de verhalen van Georgette en sta je te springen om ook endurance te gaan rijden? Onze Nederlands kampioene heeft nog wel wat tips voor de (beginnende) enduranceruiters. ‘Let altijd goed op je paard. Dit is zo belangrijk, jij kent je paard als het goed is het beste en jij bent degene die merkt wanneer je paard anders is dan anders. Durf te kiezen voor je paard op bepaalde momenten in de wedstrijd, maar ook tijdens trainingen.’

Voor wat betreft de trainingen adviseert ze om eerst de afstand op te bouwen en pas daarna op een hogere snelheid te gaan trainen. ‘Begin met een jong of onervaren paard op een rustig niveau, des te langer zul je er plezier van hebben!’

Nog niet starten, maar al wel vast een hoop leren? Meld je aan als vrijwilliger op een wedstrijd of bied je aan als groom bij een ervaren enduranceruiter!

Bron: Buitenruiters, overname enkel toegestaan na schriftelijke toestemming.
Foto: Murielle Mulder Fotografie